Recensie – Veel liefs uit Brussel

Herdrukken maar!

‘Veel liefs uit Brussel’ is een herdruk van een uitgave uit 1982. U betaalt een dikke 17 euro voor een hardcover met 48 pagina’s strip, aangevuld met een flinterdun dossier. Na lezing kon ik in de verste verte niet bevroeden waarom dit album in godsnaam een ‘luxueuze’ herdruk krijgt 35 jaar na de eerste uitgave, laat staan waarom het in de eerste plaats gepubliceerd werd die eerste keer.

Het album is opgezet als deel 1 van een lopende reeks. Het zegt waarschijnlijk iets over de kwaliteit van die reeks dat er maar twee delen van verschenen zijn. Deel twee werd overigens nooit vertaald naar het Nederlands.

Voor een eerste deel wordt er amper aan introductie gedaan qua personages. Wat ik van hen wist heb ik uit de tekst op de backcover moeten halen. Iemand die goed opgelet heeft in de lessen literatuur zou kunnen gewag maken van een verhaal dat ‘in medias res’ begint, maar daar is duidelijk geen sprake van in dit geval.

Het is voor de lezer zelfs lange tijd een raadsel wie het hoofdpersonage van deze reeks is. We zitten al vrij ver in het verhaal wanneer blijkt dat dat de rossige, saaie en bebrilde Thierry is. Initieel lijkt die er immers bij te hangen als een soort comic relief om het album interessant te maken voor een jeugdig publiek.

Ik zou kunnen zeggen dat de plot met haken en ogen aaneen hangt maar zelfs dat is iets teveel eer. Isidoor Goemaere, de presentator van een radioprogramma, is de leider van een netwerk van zeven spionnen. Hoe dat zo gekomen is en hoe serieus hij zijn taak als spion neemt blijkt uit hoe hij tot spion gebombardeerd werd: “Op een dag namen de Amerikaanse inlichtingsdiensten contact met hem op.” Voila, dat is het. Geen verdere uitleg nodig.

Vervolgens neemt deze meesterspion een twaalfjarige onder de arm. Niet omdat hij in het nauw gedreven werd en niet anders kan. Nee, gewoon om ergens een pakje op te halen terwijl hij zelf op zijn lui gat thuis zit. Nadien vertelt hij Thierry dat er zich een mol onder zijn medespionnen bevindt. Misschien heeft Thierry zin om die te helpen ontmaskeren? Dat is op zich al vrij onnozel maar Isidoor vraagt het dan nog eens op een zo houterige en debiele mogelijke manier: “Mijn missie start vanavond. Ik zal je beslist nodig hebben, Thierry! Zie je daar niet tegen op?”

En dat is nog niet eens het ergste voorbeeld van dialoog in deze strip. Ik heb ook nog nooit zoveel onnodige beletseltekens in één strip gezien. Het lijkt wel of Swamp Thing of Lurch constant aan het woord zijn.

Een goedmoedig iemand zou nog kunnen zeggen dat we al deze dingen in hun tijd moeten zien, maar ik herinner me niets van deze irritaties bij het lezen van Kuifje of Blake & Mortimer. En ok, het stijve taalgebruik en het recruteren van een minderjarige kunnen we nog door de vingers zien als archaïsch, een mechanisme dat vaak gebruikt werd in het verre verleden van de strip, maar in de plot volgt tevens de ene dommigheid de andere op.

Zo wil op een gegeven moment Isidoor een medespion testen op zijn loyaliteit. Toevallig komt die dag een zangeres zingen op de radiozender waar Isidoor werkt. Haar pianist lijkt, wonder boven wonder, als twee druppels water op Isidoor. Het enige verschil is dat zijn huid donkerder is. Wat doet Isidoor? Hij maakt, verkleed als die pianist en met een donker gemaakte huid, een afspraak met zijn medespion en doet alsof hij hem wil laten overlopen naar de vijand. Althans, dat moeten we uit een onlogische opvolging van enkele prenten opmaken. De medespion heeft trouwens nog nooit van die befaamde pianist gehoord dus wat doet het er toe dat die op Isidoor lijkt?

Isidoor had zich veel beter kunnen verkleden in iemand die totaal niet op hem lijkt want de transformatie van Isidoor naar Pianist is van het niveau Clark Kent – Superman. Bovendien merkt wonderkind Thierry achteraf op: “Ik wist wel dat u die gebruinde vreemdeling was die mama zag binnenkomen.” Thierry ziet door de vermomming heen op basis van de beschrijving van zijn dikke ma. Hij moet de vermomming zelfs niet eens zien om ze te doorzien! Isidoor antwoord achteloos: “Dat snapt het kleinste kind.” Zo van: ja, ik weet het, ik heb dan ook niet echt mijn best gedaan. (Om mijn collega, een andere meesterspion, te misleiden.) Christus Jezus.

Het enige positieve aan deze strip is de degelijke inkleuring en de goed getekende achtergronden. De personages zelf zijn vlak, houterig en absoluut niet expressief. De helft van de tijd wordt hun mond zelfs niet getekend, wat uiteraard niet bijdraagt aan hun vermogen om emotie te tonen. Het zal wel een stijlkenmerk zijn.

In het dossier ratelt de scenarist door over afspraken met Edgar P. Jacobs toen hij een kind was en het persoonlijk leren kennen van Hergé. Zeer veel draagt dat niet bij tot de strip. Buiten dat dat misschien verklaart waarom deze strip ooit gepubliceerd geraakt is.

Veel liefs uit Brussel

Tekst: François Rivière

Tekeningen: Alain Goffin

Kleur: Françoise Procureur

Dargaud

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Recensies en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s