Interview: Alan Moore

In Stripgids nr. 22, van december 2010 stond een interview dat ik  deed met Alan Moore. Hieronder presenteer ik voor het eerst de volledige, onverkorte versie. Het interview zelf werd afgenomen op veertien april 2010.

Alan Moore wordt wereldwijd erkend als één van de belangrijkste stripscenaristen ooit. Hier in België bleef hij tot voor kort een nobele onbekende wegens een gebrek aan Nederlandse vertalingen van zijn werk.

Gedurende de laatste paar jaar werden er enkele van zijn strips verfilmd tot, al dan niet succesvolle, blockbusters en laaide de interesse hoog genoeg op om vertalingen naar het Nederlands te commercieel te verantwoorden.

Logischerwijs spitsen de vertalingen zich toe op het verfilmde gedeelte van zijn oeuvre. “Watchmen” en “V for Vendetta” kan u reeds krijgen in stripspeciaalzaken allerhande, “From Hell” wordt verwacht in juni.

Moore is op zijn zachtst gezegd geen fan van de filmversies van zijn werk en eist consequent dat zijn naam niet op de aftiteling komt te staan. Om geen extra promotie voor de films te genereren weigert hij er zelfs maar over te praten.

Geen probleem, dan kunnen we het over interessantere dingen hebben, zoals het undergroundmagazine dat hij met gelijkgestemde zielen uit de grond stampte: “Dodgem Logic”.

Mr. Moore, voor een groot deel van het Nederlandstalige publiek bent u een nieuweling op de stripmarkt. Hoe zou u zichzelf voorstellen aan een sympathieke onwetende die u vraagt: “Wat doe jij voor de kost?”.

Wel, ik zou zeggen dat ik iemand ben die een aantal jaren heel erg bezig geweest is met strips maar die momenteel een veel bredere, en waarschijnlijk ook gezondere, waaier aan activiteiten beoefent. Als ik helemaal eerlijk ben moet ik zelfs toegeven dat ik de neiging heb om een beetje neer te kijken op mijn voorbije stripcarrière. (lacht)

Wat ik momenteel nog doe op vlak van strips blijft grotendeels beperkt tot “The League of Extraordinary Gentlemen”, dat getekend wordt door Kevin O’Neill. Die reeks is ongeveer het belangrijkste dat ik nog schrijf voor de stripmarkt. Buiten occasionele uitstappen en kleine projectjes.

Ik schrijf momenteel een strip voor mijn oude vriend Steve Parkhouse die eindelijk de “Bojeffries Saga” zal afronden, een humoristisch verhaal waar ik af en toe een aflevering van geschreven heb sinds de jaren tachtig.

Ik werk ook nog samen met enkele striptekenaars aan “The Moon and Serpent Bumper Book of Magic”, een boek over de geschiedenis van magie, maar dat zal zowat de limiet zijn van mijn huidige verbintenissen aangaande de stripwereld.

In de laatste paar jaar zijn er enkele zaken op dramatische wijze veranderd waardoor ik andere paden ben gaan bewandelen.

Zoals het pad van de muziek? U hebt al liedjes geschreven en ingezongen maar er steken de laatste tijd geruchten de kop op dat u aan een opera zou werken met de groep “Gorillaz”.

Dat is een beetje prematuur uitgelekt dankzij het internet. Die opera was een project dat misschien zou gebeurd kunnen zijn maar dat nu definitief afgeschreven is. Ik heb momenteel namelijk een beetje teveel op mijn bord. Ik had vanaf het begin duidelijk gemaakt dat ik niet veel tijd over had voor zo’n project en dat wat ik aan materiaal kon aanleveren beperkt zou blijven maar het bleek snel dat het project met die manier van werken niet zou goed komen dus heb ik me teruggetrokken.

Wat ik geschreven heb voor dat project zou ooit wel nog eens in een andere vorm te boek gesteld kunnen worden. Daar zijn tal van mogelijkheden voor. Wie weet: misschien wordt het zelfs ooit, in de verre toekomst, nog opgevoerd zoals bedoeld: als opera.

Maar momenteel is dat dus een dood spoor. Meer nog: de samenwerking met Gorillaz is over de hele lijn stopgezet.

Dus de pagina’s die ze zouden doen voor “Dodgem Logic” gaan ook niet door?

Nee, ik denk dat beide partijen doorhadden dat we teveel werk hadden met eigen projecten. Ik kreeg bericht van hun management dat de Gorillaz de deadline niet zouden halen dus hun bijdrage aan “Dodgem Logic” gaat helaas ook niet door.

Gelukkig hebben we sowieso een vrij fantastisch nummer van “Dodgem Logic” in het verschiet. Het volgende nummer, ons derde al, is volgens mij het beste dat we al gemaakt hebben. Het is alvast op zijn minst het dikste…

We hebben echt een heel gevarieerde inhoud: Melinda (Gebbie, de vrouw van Moore) heeft een prachtig artikel geschreven, deel één van twee delen overigens, over haar tijd als undergroundartieste in San Francisco in de jaren zeventig. Dit eerste deel gaat vooral over het Beattijdperk, het tweede deel, in “Dodgem Logic” nr. 4, zal meer gaan over de psychedelische periode van San Francisco.

Ikzelf heb een wrap around cover getekend voor dit nummer die er vrij deftig uitziet, al zeg ik het zelf.

Hebben jullie een doel of een missie met het magazine?

Het eerste deel van de missie was het magazine op de markt krijgen. En dat is gelukt. Wat we verder graag willen doen met het magazine is het blijven gebruiken om te investeren in verloederde buurten zoals degene die mij heeft voortgebracht en waaruit ook “Dodgem Logic” ontstaan is om zo ook op die manier ook andere mensen die in dat soort buurten wonen te inspireren om iets gelijkaardigs te verwezenlijken zodat ze mogelijks delen van hun gemeenschap, indien die uit elkaar aan het vallen is, kunnen vernieuwen.

Het is mogelijk om je enorm te amuseren terwijl je zoiets doet. Ik kan nu al garanderen dat “Dodgem Logic” minstens tot en met het zesde nummer blijft bestaan. We beleven zoveel plezier aan het maken ervan dat we alles in het werk zullen stellen om ook na die zes nummers het tijdschrift verder te zetten.

We proberen er een magazine van te maken dat we zelf zouden willen lezen.

Bij elke aflevering zit een bijlage over een bepaalde buurt. In de eerste twee delen was dat Northampton, uw thuisstad. Het idee is om andere buurten ook aan bod te laten komen door anderen deze bijlage te laten samenstellen.

Dat was ons initiële idee, maar de praktische kanten daarvan hebben heel wat voeten in de aarde. In nummer drie staat alle specifieke informatie die mensen nodig hebben om zo’n bijlage te produceren en zo hun eigen locale editie van “Dodgem Logic” te maken. We hopen dat aspect van het tijdschrift zo snel mogelijk werkbaar te maken.

Het zal eerder weggelegd zijn voor mensen die een grote afzetmarkt binnen handbereik hebben. Eén van jullie specificaties is dat de makers van de bijlage 1.000 exemplaren aankopen om zelf door te verkopen. Als men zo’n project als Belg zou aangaan dan verkoop je er waarschijnlijk nog geen 100 exemplaren…

Dat is overduidelijk een probleem voor vele regio’s. We moesten echter de technische moeilijkheden onder ogen zien inzake dit project om het te doen werken en dat betekende dat er 700 tot 1000 exemplaren moeten afgenomen worden door de redactie van de bijlage om het financiële plaatje voor ons te doen kloppen.

Als we het werk bekijken dat wij er zelf insteken en dingen als de portokosten en dergelijke in acht nemen zouden we er geld op verliezen moesten we die voorwaarde niet stellen. Het blijft een hachelijke onderneming.

Als we een manier vinden om de zaken te verbeteren zullen we het niet laten maar de deal die we op het ogenblik aanbieden is ongeveer de best mogelijke zelfs al betekent dat, dat er mensen uit de boot zullen vallen. We werken eraan.

Men mag het concept ook kopiëren.

Absoluut! Als er mensen zijn die zich geïnspireerd voelen door “Dodgem Logic”, dan gaan ze hun gang maar! Zelfs mensen die ons blad niet goed vinden zijn welkom om het beter te doen. Je kunt ons geen groter plezier doen!

Het belangrijkste idee achter “Dodgem Logic” is het bekrachtigen van de kleine gemeenschappen, waar onze grote naties uit opgebouwd zijn trouwens. De focus ligt altijd op de Grote Stad, de hoofdstad. Het merendeel van een land bestaat echter niet uit de hoofdstad. Een land bestaat uit kleine regio’s die kriskras over het grondgebied verspreid liggen. Regio’s met verschillende ideeën en verlangens.

“Dodgem Logic” is een poging, en misschien niet eens zo’n briljante poging, maar het is wel een eerste stap, om de mensen in die kleine gemeenschappen een stem te geven.

Eén van de dingen die ik het leukste vind aan het blad is dat het zo onevenwichtig is qua inhoud. Er worden mensen in gepubliceerd die overduidelijk professionelen zijn maar aan de andere kant dragen er ook mensen bij die, even eens overduidelijk, voor het eerst iets schrijven of tekenen voor het gedrukte medium. Dat is een voorbeeld van een manier waarop we mensen bekrachtigen.

We ondervinden bijvoorbeeld dat alle mensen die reeds in “Dodgem Logic” gepubliceerd hebben vandaag de dag meer hun best doen en harder werken. Ze proberen allemaal, nu ze in de schijnwerpers staan, te verbeteren wat ze maken. We hebben al wonderbaarlijke literaire én persoonlijke ontwikkeling gezien.

We zijn gewoon heel trots op het blad, met alle tekortkomingen. Dit blad moet een voorbeeld zijn dat zegt: “Iedereen kan dit doen, op zijn of haar eigen manier.”

U investeert blijkbeer veel tijd en passie in “Dodgem Logic”.

Ik offer zelfs een heleboel zaken op om “Dodgem Logic” zo goed mogelijk te maken. Mijn tweede roman “Jerusalem” is al jaren geleden aangekondigd maar staat momenteel opnieuw op een laag pitje.

De laatste maanden heeft “Dodgem Logic” meer tijd in beslag genomen dan ik had gedacht maar we zijn nu op een punt aanbeland dat anderen het grootste deel van het editoriale werk voor hun rekening kunnen nemen. Ik zou graag het punt bereiken waarop ik zoveel mogelijk kan delegeren en slechts af en toe een occasionele bijdrage kan leveren.

Nu ja, zo erg is het nu ook weer niet. “Jerusalem” is negen hoofdstukken verwijderd van het einde. Ik heb al zesentwintig hoofdstukken geschreven en na het beëindigen van het zesentwintigste hoofdstuk moest ik sowieso even afstand nemen omdat het schrijven daarvan bijna mijn geest vernietigd heeft.

Het gaat om een hoofdstuk dat het verhaal verteld van Lucy Joyce, de dochter van James Joyce. Ik heb mijn best gedaan om in dat hoofdstuk haar vaders manier van omgaan met taal te benaderen omdat dat een obsessie is die Lucy met James Joyce deelde. Het leek me aangewezen om het zo te doen ondanks het veeleisende aspect ervan.

Ik wil er zeker van zijn dat de overblijvende negen hoofdstukken van hetzelfde niveau zijn als de voorgaande dus neem ik er even afstand van.

Maar de toekomst ziet er goed uit. Ik heb net het derde deel van “The League of Extraordinary Gentlemen” afgerond, nadien moet ik maken dat ik Steve Moore, waarmee ik “The Moon and Serpent Bumper Book of Magic” schrijf, bijbeen. Dat is voor twee derden af. En nadien komt er weer wat tijd vrij.

“The Moon and Serpent Bumper Book of Magic” is trouwens ook een plezier om aan te werken. We leren er zelf een massa dingen van bij, vooral dankzij de historische sectie van het boek. Die bestaat uit een geschiedenis van magie aan de hand van de meest toonaangevende historische figuren op dit gebied, of ze nu echt bestaan hebben of verzonnen zijn.

We beginnen met de dansende magiër uit de rotsschilderingen in de Trois-Frères grot in Frankrijk. We hebben hem gekozen als de eerste magiër. Daarna reizen we door de eeuwen heen aan de hand van kleine geïllustreerde artikeltjes die een gigantische hoeveelheid informatie bundelen. Zo hebben we uitgedokterd wie dokter Johannes Faust écht was en waar het Faustverhaal vandaan komt. Dat was een vrij grote verrassing…

We hebben ook ontdekt waar Kabbala vandaan komt. Dat komt van de Ptolemeërs en is pas later door de Hebreeuwse cultuur overgenomen.

Het boek zit vol met interessante weetjes die zelfs voor ons nieuw waren. Soit, hopelijk slaag ik erin om mijn inspanningen gelijkmatig te spreiden en al die projecten gaande te houden zonder dat ik mezelf vast rijdt.

Als u uzelf al niet vast rijdt in juridische perikelen. U recycleert fictieve personages van doorheen de eeuwen voor uw “League of Extraordinary Gentlemen”. Nu u dichter en dichter bij het heden komt in het verloop van het verhaal wordt het gevaar op een rechtszaak steeds groter? De rechten op personages als Mr. Hyde, Captain Nemo en Mina Harker zijn al lang verlopen maar jongere personages vallen vaak nog onder intellectuele auteursrechten.

Hmm, we passen goed op onze tellen. We noemen personages niet altijd rechtstreeks bij naam. We weven een web van allusies en maken de toegewijde lezer op die manier duidelijk over wie we het juist hebben.

Zo was er in “the Black dossier”, het tweede deel van “The League”, een personage dat veel weg had van James Bond maar er wordt niet echt naar hem gerefereerd als “James Bond”. Zijn naam is “Jimmy”.

In deze moderne wereld, waar alleman dingen als Wikipedia binnen handbereik heeft, is iedereen een expert in trivia. Al die kleine verwijzingen en reflecties over referenties zullen sowieso worden opgepikt.

Het derde deel wordt zonder twijfel ook een leuke aflevering voor de lezers omdat we het daarin hebben over een tijdperk dat de meesten kennen of zelfs beleefd hebben. De Victoriaanse tijd mag dan wel heel boeiend zijn maar nu we de jaren 50 tot op het heden behandelen kunnen we putten uit fictief materiaal dat gepubliceerd werd tijdens het leven van onze lezers. De lezers zullen in dit deel waarschijnlijk nog meer plezier beleven aan het opdiepen van die referenties.

Het derde deel heet “Century”, beslaat ruwweg de 20ste eeuw en zal in drie hoofdstukken gepubliceerd worden.

Juist, Het eerste deel is al uit en Kevin O’Neill zit nu ergens halfweg het tweede hoofdstuk, dat er trouwens heel goed uitziet. Hij stuurt me de pagina’s door van zodra ze af zijn.

Het tweede hoofdstuk speelt zich af in de fictionele wereld van de jaren zestig.

Dat verhaal heeft me trouwens op het idee gebracht voor een nieuwe verhaallijn die een vrij bevredigend einde zou kunnen breien aan de belevenissen van “The League” totnogtoe.

Het zou geen definitief einde zijn want Kevin en ik zouden graag nog tot in de eeuwigheid doorgaan met deze strip.

Soit, het derde deel van “Century” dan, speelt zich af in 2009 en verschilt enorm van alles wat “The League” voorheen beleefd heeft. De periode waarin zo’n verhaal zich afspeelt gaat op de duur namelijk in grote mate de toon van het verhaal domineren. Er zijn verhalen die steek houden in 1898 of 1960, de eerste twee delen van “Century”, en er zijn verhalen die hun plaats hebben in de moderne tijd.

De omgeving en setting beïnvloeden het verhaal, wat een zeer interessante ervaring was voor mij. Ik kan bijna niet wachten om te zien wat Kevin er op artistiek vlak mee zal aanvangen.

Er is een Alan Moore die boekjes over Bijbelfiguren schrijft. Zijn dat spin-offs van “The League of Extraordinary Gentlemen” die je in het geheim schrijft om wat bij te verdienen?

Dat moet een andere “Alan Moore” zijn. Dat is het eerste dat ik daarover hoor. Je kunt je lezers gerust stellen: moest ik dat soort dingen in het geniep schrijven dan zou ik zeker en vast ook met een minder voor de hand liggend pseudoniem dan “Alan Moore” voor de dag komen. (lacht)

Het idee dat er ergens een professor Bijbelstudie bestaat die brieven krijgt van duivelsaanbidders die voor mij bestemd zijn is wel lollig.

Over duivels gesproken: binnenkort komt bij Avatar Press “Neonomicon” uit. Een stripreeks van uw hand die zich situeert in de wereld van HP Lovecraft.

Dat project kwam eigenlijk een beetje als een verrassing voor me. Ik heb dat scenario enkele jaren terug geschreven, in de tijd dat mijn vorige uitgever, DC Comics, en ik net afscheid van elkaar genomen hadden. Er waren nogal wat problemen rond de financiële kant van de zaak en het was een moeilijke tijd voor Kevin en mij.

Ik kreeg bovendien ook een belastingsbrief binnen die snelle betaling vereiste. Op dat moment was ik net in gesprek met William Christensen, de baas van Avatar Press, en hij wist me te melden dat ik eventueel, mits ik interesse had, iets kon schrijven voor hen.

Ik suggereerde een vervolg op “The Courtyard”, een prozastuk van mij dat Avatar Press al eerder had geadapteerd in stripvorm. We spraken af dat ik een vervolg in vier delen zou schrijven.

Ik moet hier wel even vermelden dat mijn stemming niet echt optimaal was in die tijd. Ik was nogal een zwartkijker in die periode en dat had de neiging zich te manifesteren in wat ik schreef. “Neonomicon” is een zeer misantropisch verhaal geworden en nu, vier jaar nadat ik het geschreven heb, vind ik het misschien iets te donker en negatief.

Ik sta nog altijd achter de stijl en de manier waarop ik het geschreven heb maar de inhoud is er misschien ietsje over.

Ik had net een resem originele verhalen en adaptaties van H.P. Lovecraft bekeken en besloot om het horroraspect dat daar vroeger zo’n groot deel van uitmaakte opnieuw te introduceren voor een hedendaags publiek. Er zitten nogal wat twijfelachtige tendensen en thema’s in de verhalen van Lovecraft die hij bewust niet bij naam noemde of beschreef. Er zitten nogal wat rechtse denkwijzen en ook antisemitisme verborgen in de werelden die hij beschrijft.

Hij heeft het verder nogal veel over “onnoembare rituelen” waarvan wij uitgaan dat het rituelen met een seksuele invulling zijn maar ook die beschrijft hij niet. Dus besliste ik toch wat van die “onnoembare” rituelen en thema’s te benoemen.

Soit, ik kreeg laatst, vier jaar nadat ik het geschreven had dus, de tekeningen voor het eerste hoofdstuk, zeer mooie pagina’s van artiest Jacen Burrows, en die verrasten me eigenlijk door hun oprechte griezeligheid.

Ergens in een interview heeft Burrows het over “vrij gestoord materiaal”.

Dat is waarschijnlijk een correcte omschrijving. Het wordt zelfs nog erger in het tweede deel. Ik heb er over nagedacht en in retrospect ben ik toch blij dat ik die scènes in het verhaal verwerkt heb.

Het is eigenlijk de fout van William Christensen want hij vertrouwde me toe dat ik me niet moest inhouden om af te beelden of te verwijzen naar gelijk wie of wat en dat heeft op mij zo’n beetje hetzelfde effect als een rode lap op een stier gehad. Hij nodigde me praktisch uit om er over te gaan, althans dat is hoe ik dat gesprek ervaren heb.

Is “er over gaan” niet heel moeilijk bij een uitgeverij als Avatar Press die de naam heeft om geen enkele restricties te hanteren naar auteurs toe?

Wel, ik heb toch mijn best gedaan. (lacht) Misschien heb ik wat overdreven zelfs. Maar ik heb wel het gevoel dat ik het horroraspect opnieuw geïntroduceerd heb in het genre van HP Lovecraft.

De originele verhalen van Lovecraft waren fantastisch maar, enkele uitzonderingen te na gelaten, de adaptaties en pastiches die erna gekomen zijn, zijn een goed voorbeeld van de wet der afnemende meeropbrengst in die zin dat ze niet de paranoïde passie hebben die in Lovecrafts originele verhalen zat. Die verhalen refereren enkel naar enkele iconen van Lovecraft: ze vernoemen bijvoorbeeld de Necronomicon of andere verzonnen boeken, maar daar blijft het bij.

Wij refereren daar in de strip ook naar in die zin dat één van onze personages op een gegeven moment de gedachte uit dat alles wat er gebeurt rechtstreeks uit een verhaal van Lovecraft zou kunnen komen.

Voor grote Lovecraft fans zal de strip hopelijk ook een vraag beantwoorden waar ik al lang mee zat. Cthulhu is de eerste van de Oudere Goden die Lovecraft gecreëerd heeft. Later heeft hij een hele resem aan goden gecreëerd die in se gewoon vormeloze entiteiten zijn en Cthulhu dienen. Cthulhu is dus koning over al die monsters maar entiteiten als Azathoth, een soort van gigantische nucleaire explosie, en Nyarlathotep, de kruipende chaos, zijn onbeschrijfelijke figuren terwijl Cthulhu een tweevoetige is. Hij is de meest menselijke van al die monsters. Dat is iets waar ik wat over getobd heb.

Natuurlijk is het duidelijk dat hij de eerste figuur is die Lovecraft bedacht heeft en misschien was zijn denken toen nog niet zo gepolijst maar wij suggereren in deze strip dat er een andere reden voor zijn bipedalisme is.

Ik wil de lezer ook op voorhand waarschuwen dat dit echt wel vrij gestoord materiaal is maar, als je maag sterk genoeg, zal je pure Lovecraftiaanse horror kunnen ervaren bij het lezen van deze strip.

U vermeldde dat “Neonomicon” zo donker uitdraaide omdat u zich niet echt goed voelde toen u het schreef. Zou dat ooit een reden kunnen zijn om iets niet te publiceren?

Nee, niet echt, maar ik hoop dat ik door de ontstaansgeschiedenis te vermelden de lezer kan helpen om de donkere sfeer te begrijpen. Ik zou een uitgever nooit iets suggereren in de trant van: “Ik zat in een dipje toen ik dit schreef maar voel me beter nu, dus ik heb liever dat je het niet publiceert.”

Ik vroeg me wel af of sommige van de extremiteiten die in het verhaal geslopen zijn wel gerechtvaardigd waren.

Ik had een beetje hetzelfde gevoel als nadat ik indertijd “The Killing Joke” geschreven had. (een Batman verhaal waarin The Joker onder andere de dochter van politiecommissaris Jim Gordon zo ernstig verwond dat ze in een rolstoel terecht komt red.)

Toen ik dat verhaal in gedrukte versie herlas, had ik het gevoel dat sommige extremiteiten die ik daarin heb laten gebeuren niet gerechtvaardigd waren voor de verhaallijn. Hoewel de tekeningen van Brian bolland fantastisch waren was ik dus niet helemaal tevreden met die strip omdat mijn schrijven naar mijn gevoel tekort schoot.

Ik dacht dat dit misschien ook het geval zou zijn met “Neonomicon” omdat dat de lat vrij hoog legt op het vlak van extreme situaties maar nu ik het script herlezen heb ben ik gerust gesteld.

Kunt u een tipje van de sluier oplichten? We spreken nu al de hele tijd over “extremiteiten” en “er over gaan” maar waarover hebben we het dan juist?

Wel, er zit een verkrachtingsscène in. Een vrij uitgebreide verkrachtingsscène in die zin dat ze uitgesmeerd wordt over verschillende afleveringen van de strip en ze grafisch ook redelijk expliciet is.

Die scène is ook in geen enkele zin seksueel opwindend, zoals verkrachtingsscènes soms wel kunnen zijn. Maar de scène is volgens mij wel gerechtvaardigd.

Ach, eigenlijk moeten de lezers dat voor zichzelf uitmaken.

Er is een preview uit van enkele pagina’s en die ziet er vrij filmisch uit met paginabrede prenten en dergelijke. U hebt meestal een goed uitgedacht plan in verband met de technische aspecten van een stripscenario en welke gevoelens en sfeer die zullen overbrengen. Hoe zit dat bij deze strip?

Mijn plan was vooral het combineren van HPL met HBO. Ik wou een cinematografisch element aan de strip toevoegen zodat de lezers het gevoel krijgen dat ze naar een talkshow of een kwalitatieve serie aan het kijken zijn.

De strip mocht er niet uitzien als een doorsnee HP Lovecraft verhaal. Ik wou een moderne look in tegenstelling tot de archaïsche sfeer die in de meeste Lovecraft verhalen wordt opgeroepen. Die hebben als setting meestal de jaren 30, of er zitten veel elementen uit die tijd of zelfs uit oudere periodes in.

Mijn verhaal speelt zich af in deze tijd. Misschien zelfs in een meer futuristische tijd. Laat ons zeggen dat het zich in een parallel universum afspeelt. Zo zijn er bijvoorbeeld koepels over de grootsteden in mijn Lovecraftiaanse wereld. Het was een poging van mij om Lovecraft angstaanjagend te maken in deze hedendaagse tijd zonder te moeten teruggrijpen naar oubolligheden uit de jaren stillekes.

Die paginabrede prenten bijvoorbeeld, zijn een manier om het modernistische gevoel te verhogen.

Avatar Press heeft ook enkele stripadaptaties van kortverhalen van u uitgebracht maar meestal spreekt u zich uit tegen adaptaties van uw werk. U vindt dat een werk, in gelijk welk medium, af is en niet geadapteerd hoeft te worden.

Je hebt het over mijn afkeuren van films gebaseerd op mijn strips? Dat misprijzen is inderdaad meestal aanwezig maar aan de andere kant zijn er genoeg voorbeelden van adaptaties van mijn werk die wel gelukt zijn.

“The Birth Caul” was bijvoorbeeld bedoeld als een eenmalige spoken word happening maar toen Eddie Campbell (de tekenaar van “From Hell” red.) vroeg of hij mocht proberen er een strip van te maken heb ik hem gezegd dat hij mocht doen wat hij wou zo lang ik er mij maar niet mee moest inlaten.

Eddie heeft de strip vervolgens helemaal op zichzelf gedaan en het resultaat beviel me enorm. Hetzelfde verhaal met “Snakes & Laders” de opvolger van “The Birth Caul”.

In sommige gevallen zie ik er dus wel het nut van in. Ik snap het bijvoorbeeld dat je een toneelstuk zou willen adapteren naar een filmversie omdat die twee media vrij gelijkaardig zijn. Sommige van mijn favoriete films zijn adaptaties vanuit de toneelwereld. Het is dus mogelijk om iets te adapteren zonder het teveel geweld aan te doen.

Bij Avatar Press bijvoorbeeld hebben ze ook een prozaverhaal van mij, “Light of Thy Countenance”, geadapteerd. Dat werkte heel goed vond ik.

Ikzelf heb niet echt de interesse om het werk van anderen te adapteren maar als de media waarnaar en waaruit er geadapteerd wordt compatibel zijn, zoals bijvoorbeeld bij tekst en illustratie, dan kan het plaatje kloppen. Er zijn echter een heleboel voorbeelden waarin het plaatje faalt te kloppen. Op spectaculaire wijze faalt te kloppen.

Mijn overheersende overtuiging is dat adaptaties geen grond van bestaan hebben en daardoor ook niet echt heel succesvol zijn. Als een adaptatie niets toevoegt aan het origineel en je niets vertelt wat je nog niet wist dan werkt ze niet.

In veel gevallen is het een makkelijke manier om een bekende naam op een product te kunnen zetten. Het zijn veelal pogingen om het laatste druppeltje opbrengst voor merchandising uit een auteur die bewezen heeft aan te slaan bij het publiek te persen.

De spoken word happenings die u net vernoemde doet u in het kader van de magie. U omschrijft uzelf als een magiër en bedoelt dat in de strikte zin van het woord. Beïnvloedt het feit dat u magiër bent ook wat u schrijft?

Dat beïnvloedt mijn werk enorm. Eén van de belangrijkste redenen waarom ik magiër geworden ben is dat het een logische volgende stap in mijn schrijverscarrière leek omdat die twee bezigheden heel veel gemeen hebben en in sommige gevallen zelfs compleet hetzelfde zijn.

Magie is een zeer literair gegeven. Ik denk dat het Aleister Crowley was die gezegd heeft dat het belangrijkste wat je uiteindelijk met magie kan doen erover schrijven is.

Dat is nu ook weer niet helemaal waar en hij verwaarloosde een heleboel andere dingen die je met magie kan doen. (lacht)

Magie kan men op een heel speciale manier toepassen op schrijven omdat het een manier van omgaan met problemen die vele schrijvers onder ogen moeten zien kan zijn. We hebben niet echt een rationele taal of een rationele manier om antwoorden te zoeken op de vragen die het schrijverschap oproept, te beginnen met de vraag: “Waar komen je ideeën vandaan?”

Mensen denken vaak dat je moet geloven in magie. Kabbala bijvoorbeeld is echter niet echt iets waarin je moet geloven, zoals een religie, het is een systeem, een landkaart die bepaalde suggesties doet in verband met hoe verschillende delen van onze geest of onze persoonlijkheid wellicht in verband staan met elkaar.

In het licht van de Kabbala is onze verbeelding als het ware een geografische plek die zich in elk van ons bevindt en die we kunnen betreden langs verschillende paden of door het hanteren van specifieke methodes.

Dat soort dingen heeft mijn manier van denken over schrijven enorm beïnvloed en ik gebruik het ook elke dag in mijn werk, zelfs al is dat niet altijd overduidelijk.

In het laatste nummer van “Dodgem Logic” staat er een gigantisch artikel van 8 pagina’s waarin ik het over magie heb. Ik probeer in dat artikel zo summier mogelijk te beschrijven wat magie eigenlijk is en hoe je magie kan bedrijven. Dat is een duidelijk voorbeeld van mijn omgang met magie maar als ik fictie schrijf, en zeker als ik nieuwe regionen tracht te verkennen zoals in een groot deel van “Jerusalem”, dan is de eigenlijke procedure van het schrijven zelf het beoefenen van magie en dat is niet altijd zichtbaar voor de lezers.

Als je schrijft beweeg je je geest in nieuwe en andere ruimtes, ruimtes die je moet exploreren. Dát is wat schrijven eigenlijk is, niet “iets verzinnen”. Je exploreert een ruimte die al bestaat en probeert je bevindingen over te brengen op het publiek.

Er bestaat een ruimte vol ideeën die ik verken door gebruik te maken van wat ik uit mijn ervaringen met en studies van magie geleerd heb.

Magie doorspekt mijn hele leven. Aleister Crowley heeft magie goed gedefinieerd wanneer hij zei dat het “het veranderen van de realiteit door middel van je geest” is. “Dodgem Logic” is daar het perfecte voorbeeld van in die zin dat ik op een dag rondom mij keek, naar de omgeving waarin ik opgegroeid ben, en bedacht dat ik niet leuk vond wat ik zag. Ik vond het niet aanvaardbaar dat er geen underground magazines meer bestonden en te weinig forums waarlangs mensen op kleurrijke en entertainende wijze hun gedacht eens konden zeggen, dus besloot ik ter plekke om “Dodgem Logic” te realiseren.

En het werkt! Er zullen tenminste zes nummers komen van een magazine waarop we heel trots zijn en dat een heleboel gedaan heeft om de mensen die hebben bijgedragen, scholen, ouderen, jonge mensen in de gebieden waarvan sprake, enz… te helpen. Zo ook de groeperingen die we een stem gegeven hebben. Er zijn resultaten.

In het tweede nummer vermelde ik in een artikel de grote hoeveelheid vrouwen die hier uit de ramen van sociale appartementen vallen omdat die ramen niet goed genoeg beveiligd zijn en de lokale kranten hebben dat opgepikt. De gemeente zelf wil er natuurlijk geen commentaar op geven.

De kunstenaar die achteraan op nummer 1 stond, Lee Burrows, werkt in een soepkeuken voor daklozen en maakt prachtige schilderijen met hen als model. Hij geeft ze dezelfde aandacht die de oude meesters uit de schilderkunst hun onderwerpen gaven.

In nummer twee hadden we een glorieuze bijdrage over het burleske theater van fotograaf Mitch Jenkinson.

Mitch sloeg een opdracht af waarvoor hij naar China mocht en die hem 10.000 pond zou opgebracht hebben omdat hij anders teveel last zou gehad hebben van een jetlag om te genieten van de fotoshoot voor dat nummer. Hij vindt dat die fotoshoot behoort tot het beste werk dat hij al gedaan heeft.

Laatst kwam hij op bezoek, hij woont hier om de hoek, en zei hij dat hij nog eens iets voor “Dodgem Logic” wou doen. Deze keer wil hij echter geen burleske vrouwen fotograferen maar wil hij naar Spring Burroughs trekken, de wijk waar ik ben opgegroeid, waar “Dodgem Logic” is ontstaan en waar “Jerusalem” over gaat, om daar wat mensen te fotograferen.

Normaal gezien, als een fotograaf in die buurt foto’s zou gaan nemen, dan zouden die foto’s het slachtofferschap van de inwoners benadrukken. De respons die dat soort foto’s opwekken is “Ocharme die mensen!” of “Ik ben blij dat ik daar niet woon.” Mitch wil de mensen daar echter afbeelden als op een soort iconografische en mythische manier of op de manier waarop die mensen zichzelf zien.

We doen die reportage over enkele weken. De coverster daarvoor zal de man zijn waarover ik schreef in één van mijn artikels voor het tweede nummer: Meneer Barton, die zijn sikkel meenam naar het stadhuis en die daar in een tafel plantte om zijn punt duidelijk te maken. Meneer Barton is nu een locale held en hij en zijn sikkel komen binnenkort dus op de cover van “Dodgem Logic”. Het wordt een wellustige, “Vanity Fair”-achtige cover voor nummer 5.

Dat is onze manier om de mensen daar, en in elke streek die gelijkenissen vertoont, te vertellen dat ze iets waard zijn. Het wordt een soort van parodie op Vanity Fair en dat slag van magazines.

Die publicaties geven je de indruk dat enkel de mensen die in hun blad staan of in hun blad vernoemd worden belangrijk zijn. En dat is niet het geval. Iedereen is belangrijk, in elk geval in zijn of haar eigen ogen. (lacht)

We willen die lijn van denken blijven volgen en zien waar die naartoe leidt.

En dat kan je doortrekken naar andere regio’s. Northampton is een doodnormaal stadje. Dezelfde problemen bestaan overal.

Het is gewoon surrealistisch dat bepaalde problemen blijven bestaan zonder dat iemand er iets aan doet. Op de duur begin je jezelf echt af te vragen hoeveel verder dit nog kan gaan voor er iemand reageert en zegt dat het genoeg geweest is. Wat moet er daarvoor gebeuren? Openbaar vertoon van kannibalisme misschien?

Ik vermoed dat we de toestand een beetje hebben laten degenereren.

Er worden wel initiatieven genomen maar die lijken eerder symptomen te bestrijden dan de bron van problemen aan te pakken.

Zeer juist. Het probleem is echter dat de oorzaken van de meeste wantoestanden terug te traceren zijn naar de mensen die staan te roepen dat de symptomen bestreden moeten worden. Als men op zoek gaat naar de oorzaken dan komt men algauw terecht bij mismanagement op staatniveau.

Onze leiders zijn niet gekwalificeerd om te leiden. Het enige dat hen onderscheidt van normale mensen is de aanwezigheid van de wil om leiding te geven. Ze hebben geen opleiding gevolgd die hen aanleert om leiding te geven. Het enige dat ze moeten doen is een verkiezingscampagne winnen en als je geld genoeg hebt dan ligt de uitslag daarvan praktisch op voorhand al vast.

Ik denk dat we ons dringend vragen moeten beginnen stellen over hoe onze maatschappij, en andere maatschappijen, worden bestuurd.

Ik roep niet op tot een gewelddadige revolutie want die werken nooit, die vervangen gewoonweg de ene dictator met de andere, maar we moeten iets veranderen want ik denk niet dat we nog gigantisch veel tijd hebben om de zaken te fixen. We hebben niet oneindig veel tijd. Het lijkt me aangewezen om hier eerder vroeger dan later iets te doen.

En iedereen moet erbij betrokken worden. Iedereen moet het zich aantrekken. We kunnen het maken van veranderingen niet zomaar overlaten aan gelijk wie of aan de media en zeker niet aan de overheid zelf want, eerlijk gezegd, die zullen zoiets nooit doen.

We zouden niet mogen stemmen voor mensen die beloven dat ze zullen doen wat wij van hen verwachten want als je de geschiedenis bekijkt komen ze die beloftes nooit na. Eenmaal ze verkozen zijn worden al die beloftes vergeten.

De 21ste eeuw zou de eeuw moeten zijn waarin wij, als individuen, onze verantwoordelijkheid nemen voor de wereld waarin we leven. Het loont niet om die verantwoordelijkheid te delegeren tot op het punt dat ze bij een hoop onbetrouwbare bandieten en geldverduisteraars terechtkomt.

Allez, zo denk ik er over tenminste. (lacht)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Interviews, Tekst en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s