Recensie: Jump Nr. 12 – De kop van Kiekeboe

Jeugdplezier

Na al die duistere thrillers, vikings en navelstaarderige “Graphic Novels” van de laatste jaren was ik bijna vergeten hoe ik de stripmicrobe ooit te pakken gekregen heb: de familiestrip. Suske & Wiske, Jommeke en mijn favoriet: Kiekeboe. Die laatste was zelfs nog niet helemaal uit mijn gedachten verdwenen want ik moet toegeven dat ook ik de P-magazine gekocht heb toen Fanny daarin te bewonderen viel…

En dan valt mijn oog op deze reeks: “Jump” van Charel Cambré. Tot mijn vreugde ontdekte ik dat in dit twaalfde album van de reeks Marcel, Fanny en Konstantinopel Kiekeboe een bijrol hebben. Luie zetel: check, cola: check: chips met paprika: check. (Nu nog iemand die op de achtergrond informeert naar mijn huiswerk en of dat al af is en de sfeer van toen zit helemaal goed) Maar heeft het stripalbum zelf genoeg in de kast om zich te meten? Awel: ja.

De drie hoofdrollen in Jump zijn weggelegd voor de ietwat domme, maar sportieve Dweezil, de intelligente uitvinder Brains en Lisa, een meisje dat in dit verhaal niet zoveel aan bod komt maar mij het personage bleek dat de andere twee met de voetjes op de grond moet houden. Drie tieners dus, die samen een clubhuis hebben en in tal van avonturen verwikkeld raken. Daar hoort ook één van de origineelste mascottes bij die ik in tijden gezien heb: Armando het gordeldier.

Daaraan herkennen we al een kenmerk, en één van de plezantste aspecten van dit soort strips: de eigen, doorgaans absurde, interne logica. De personages leven in een eigen universum, dat verdacht veel op het onze lijkt maar waar verwondering nog deel uitmaakt van het dagelijkse leven.

Je gelooft meteen dat Brains een vliegend amfibievoertuig gemaakt heeft van een kever (de wagen, niet het insect), twee kano’s en nog wat technologische ingrediënten. Als het voor de figuren in de strip geloofwaardig is, dan is het dat voor ons ook.

De plot is simpel maar doeltreffend. Elke geoefende lezer ziet sommige wendingen al van kilometers ver aankomen, maar er zoveel pit en plezier achter dat dat aspect er niet zoveel toe doet. Wat er hier toe doet is de uitwerking.

De dialogen zijn top en geloofwaardiger dan wat je in sommige topstrips van vandaag leest. De personages in “Jump” zijn mensen die echt praten en geen bordkartonnen personages. De grappen zijn niet allemaal even goed maar wel legio en als ze goed zijn, zijn ze ook écht goed. We mogen van een familliestrip geen snijdend cynisme of té aangebrande humor verwachten uiteraard.

Toch doet Charel Cambré zijn best om in verschillende lagen te werken. Van films als Shreck en Toy Story weten we dat het mogelijk is een verhaal genietbaar te maken voor alle leeftijden. Cambré slaagt daar wonderwel in. Ten eerste door in de achtergronden allerlei verwijzingen te steken. In deze strip heel veel naar andere stripfiguren zoals Guust Flater en Asterix, maar ook naar muziek en dergelijke. Zo blijkt bijvoorbeeld de firmanaam op een oude fabriek “De Waele Bros” te zijn.

En ten tweede, en dat is nog belangrijker, Cambré betuttelt zijn publiek niet. Hij gaat niet te uitleggerig of moraliserend tewerk. Een val waar veel auteurs intrappen en iets dat me, als kind ook al, pisnijdig maakte.

Voeg daar frisse en expressieve tekeningen en kleuren aan toe, een vlot vloeiende overgang tussen platen en pagina’s en een gedegen kennis van de striptaal en je hebt het perfecte recept voor een half uurtje ontspanning.

Ik heb nu de neiging om me alle voorgaande en volgende delen eveneens aan te schaffen en hoop dat die me even goed zullen bevallen. Cambré heeft al in enkele interviews vernoemd dat “Jump” nog steeds als een strip voor jongeren, of zelfs kinderen, wordt gezien. Na het lezen van dit album kan ik u mede delen dat dat, voor deze aflevering alleszins, niet het geval is. Wel stel ik me de vraag of dat voor de rest van de reeks geldt.

Normaal gezien gaat de reeks immers over drie teenagers en is er misschien geen tegengewicht voor al dat jong geweld dat de volwassene lezers de kans geeft om zich in te leven. In dit album hebben we immers Marcel Kiekeboe.

Ik heb er steeds in geloofd dat er een reden is waarom de meeste striplezertjes, naarmate ze ouder worden de volgorde: Jommeke – Sus & Wis – Kiekeboe volgen in hun leesproces. In Jommeke zijn de volwassenen bijfiguren en draait alles om de kinderen, in Suske & Wiske zijn Jerom, Lambiek en Sidonie evenwaardige hoofdrolspelers en in Kiekeboe ligt het accent op een volwassen man…

Soit, dat is maar een vluchtige bijgedachte bij een strip die ik alle fans van avontuur en goed entertainment uit volle borst aanraadt.

Jump nr. 12 – De kop van Kiekeboe

Tekst & tekeningen: Charel Cambré

Inkt: Jan Vanrooy

Kleur: Anita Schauwvlieghe

Standaard Uitgeverij

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Recensies, Stripelmagazine en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Recensie: Jump Nr. 12 – De kop van Kiekeboe

  1. Johnny zegt:

    Over de strips van Charel Cambré niets dan goed, fantastisch !
    Maar over de strip “Kiekeboe” heb ik geen enkel goed woord over: slecht en stijf getekend, stomme kapsels, aangeplakte lippen, moderne kledij, flauwe humor, abnormale houdingen van de figuren, irritant en overbodig ventje Konstantinopel, onnozele sex-grapjes enz.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s